KASTEELDOMEIN
'LAARHOF'

Op het hoogste punt van de zandgronden van de cuestarug van de rupelvalei, ten zuiden van Antwerpen, situeert zich het Laarhof. Het kasteel werd midden 17de-eeuw gebouwd op funderingen van een vroeg 15de-eeuwse onderhorige herenhoeve, toen gekend als ‘Hof ter venne’, gelegen op d’ laere’. Vanaf 1441 werd het landgoed autonoom onder de naam ‘Hof op d’ laer’.

Ars Horti stuurt het parkbeheer van het kasteeldomein ‘Laarhof’ en stelde een integraal landschapsbeheerplan op in 2012

Gedurende haar 600-jarige bestaansgeschiedenis resideerden hier tijdens de zomermaanden vijf generaties adellijke geslachten die het domein ingrijpend transformeerden naar hun smaak en de heersende mode. Duurzaam bewaarden zij bij elke heraanleg onderdelen. Het huidige Laar is de expressie van vijf stijlperiodes die het domein kenmerkten. De boeiende geschiedenis ervan is uit de informatiewaarde van het natuurhistorisch relictgebied afleesbaar. Op aanvraag worden geleide bezoeken georganiseerd.

Het huidige kasteel is privé-bezit en bewoond door graaf Didier le Grelle. Op de classicistische decoratie na, is het oorspronkelijke renaissance en in traditionele vlaamse zandbaksteen architectuur opgetrokken. Zijn bijna vierkantig grondplan heeft typisch midden 17de-eeuwse steile schilddaken. Deze refereren nog naar de verdubbeling van het grondplan van de middeleeuwse herenhoeve. Hiervan bevat het huidige kasteel nog zijn aloude 15de-eeuwse gewelfde kelder met de erker onder de toren. In de 17de-eeuwse kelderuitbreiding werd de barokke keuken ondergebracht die met delfts faience werd afgewerkt. De gelijkvloerse verdieping werd ingericht met een classicistische hal, een eigentijdse keuken, een eetkamer en een rooksalon in neo-Louis xv. De verdieping telt negen kamers. De bijgebouwen bestaan uit een langgerekt volume onder een schilddak. De traditionele zandbaksteenarchitectuur heeft nog een laatgotische invloed in de kruis-, bol- en kloosterkozijnen. van links naar rechts werden er het kasteleinshuis, de stallen en de remise in ondergebracht. De schuur werd verbouwd tot woning. Het ca. 9 hectaren groot park in gemengde landschapsstijl met pittoresk karakter werd bij KB van 1974 als monument beschermd.

Om de geschiedenis te begrijpen keren we terug naar de middeleeuwen toen twee broers, Jan en Gillis Van Berkelaer een uitgestrekt landgoed ‘Hof te Berckelaer’ van om en bij de 400 hectaren bezaten. De omwalde hoeve ‘Hof ter venne’, die hier stond was èèn van hun vier uitbatingkernen. Na erfenis in 1441 werd dit een autonoom landgoed: ‘Hof op d’ laer’. Het stenen landhuis met neerhof was omgeven door een hofgracht met ophaalbrug, boomgaard, akker- en weiland, bos en heide.

Toen Jacobus de Raedt tussen 1649-1651 de herenhoeve tot kasteel verbouwde, liet hij het omgeven door een riant renaissancistisch tuinencomplex. Schulden dwongen hem echter tot verkoop. Als grootste schuldeiser verwierf de Antwerpse burgemeester Jan Baptist della faille in 1663 dit eigendom. Hij liet zijn landgoed door J. vanden Hecke in 1678 op twee etsen graveren. Deze gravures worden momenteel in het kasteel bewaard.

 

Corneel J. M. van den Branden erfde in 1709 het lusthof.  Na de impressies van zijn ‘grand tour’ door italië, transformeerde hij vanaf 1716 de tuinen tot een formeel barok lusthofcomplex. grootschalige graafwerken breidden het bestaande grachtenstelsel gevoelig uit en lijfden de productiegronden in tot omwalde boomgaard en tot omwald sterrenbos. Ook het lanenstelsel breidde hij uit met een zicht-as. De twee in enfilade opgestelde perspectiefgevende praalbogen, op een zij-as ingepland, werken sindsdien zo overheersend dat de dreef, tot op de dag van vandaag, één van de belangrijkste structurerende assen in het domein blijft. Het trompe-l’oeil ervan is typisch barok en uniek in belgië.

Johan V. van den Branden, heer van Reet, werd in 1761 nieuwe eigenaar. Zijn zoon ridder Jan Hendrik Peeter van den Branden volgde hem op. Eén van beiden liet de tuinen naar een meer gesofisticeerde barok lay-out herinrichten.

 

na erfenisperikelen in 1828 erfde jozef gaspar robertus ridder van den branden het landgoed. vier jaar erna splitste hij de landerijen van het kasteeldomein af. zijn halfbroer felix florimond aloise van den branden kocht in 1833 deze landerijen met de drie bijhorende hoeven. naast het laarhof bouwde hij zijn villa ‘bel aria’ en legde er een tuin in engelse landschapsstijl rond.

 

een antwerps arts, fr. hickendorf, verwierf het laarkasteel in 1832. de arts e. schaeffer kocht in 1867 het laarhof en deformaliseerde de baroktuin rond 1870. het kaprijpe sterrenbos werd in 1899 geveld. bij het heraanplanten verviel het cartesiaanse kruis, maar bleef het orthogonale kruispatroon behouden. een kwartier van het sterrenbos werd met gras ingezaaid om vloeiend overgang te maken naar ‘stil composé pittoreque’ of schilderachtige gemengde stijl. hiervoor werd de gracht gedeeltelijk gedempt en verdween de portiek met ophaalbrug. foto’s van het einde van de 19de eeuw tonen ons een zeer exotisch contrastrijk gevarieerde aanplanting met coniferen, zuil- en treurvormen binnen een omringende loofgordel. corbeilles ingeplant naast de wandelwegen gaven pittige kleuraccenten aan de tuin. mythologische beelden verlevendigen nu nog de wandeling.

in 1938 kocht graaf andre le grelle het kasteeldomein. zijn zoon graaf didier le grelle erfde het in 1985 en startte gestaag maar gedreven een ‘zachte’ restauratiecampagne. het huidige park is het gerijpt resultaat van een behoudsgezinde instelling en traditioneel hovenierswerk. het evolueerde op basis van een uitgebalanceerd evenwicht tussen behoud, herstel en ecologische evolutie tot een gunstig microklimaat met natuurlijke overgangen tussen: zon-schaduw, vochtig-droog, schraal-voedselrijk. respect voor de bosgelaagdheid uit zich o.a. in de aanwezige bladstrooisellaag. geringe betreding geeft het mostapijt in het sterrenbos alle kansen. combinatie van intensief (gazons) en extensief maaibeheer (hooilanden) laat kruidachtige immigreren. in de mate van het mogelijke blijven dode bomen staan als voedsel- en slaapplaats voor insecten, roof- en zangvogels en kleine knaagdieren. dankzij zijn microklimaat herbergt het domein een gevarieerde fauna, met de uil, groene en bonte specht, egel, reiger, vlaamse gaai, boomklever als vast gasten. in de grachten zwemmen karper, voorn, waterhoen en leeft ook de zoetwatermossel.