KASTEEL 
'DE OUDE KLUYS'

Het staat buiten kijf dat kasteel ‘de Oude Kluys’ het oudste en laatst overgebleven relict is van de grote middeleeuwse ontginningsbeweging van de Gentbrugse dorpskouter. Dit domein is in kern het oude hof van Gentbrugge dat vanouds in het dorpscentrum lag, een weinig oostwaarts van de dorpskerk, die in de middeleeuwen als eigen herenkerk het domein markeerde.

Ars Horti projecteerde de site naar de kosmopolitische eenentwintigste eeuw op basis van uitgebreid historisch onderzoek. Park de Oude Kluys is een levend systeem dat zich niet laat dwingen in een rigide design of stringent beheer. Het in standhouden betekent dynamische evolutie conform actuele leefgewoonten met respect voor zijn historische waarde.

De historie van het kasteeldomein Oude Kluys berustte op een legende die voor Ars Horti te vaag was om een verantwoord restauratieconcept uit te werken. In 2009 werd de geschiedenis achterhaald op basis van archivalische en  iconografische bronnen.Uit bronnen bleek dat tussen de parochiekerk en het kasteeldomein vanaf de late middeleeuwen tot in de late zeventiende eeuw vier kluizenaarswoningen kwamen. Hieruit ontsproot de plaatsnaam ‘Kluys’ en de Franse vertaling L’hermitage'. Na het verdwijnen van de laatste kluis werd de naam overgedragen op het Herenhof. Na verwoesting van de Herenburcht in de godsdienstoorlog groeide het neerhof uit tot buitenplaats en kasteel. Het werd de woonplaats van Gentse elite. De eigenaar liet op basis van historisch vooronderzoek kasteel en park, tot op heden onbeschermd erfgoed, duurzaam restaureren. Om de complexe geschiedenis van de site te doorgronden werd aanvullend bouwhistorisch muuronderzoek verricht. Studiebureau Ars Horti lanceerde op basis van haar onderzoek een restauratiefilosofie voor het kasteel en restaureerde het park (2009-2014) naar de eenentwintigste eeuw. De historische studie werd in 2011 gepubliceerd in het boekvorm onder de titel ‘Oude Kluys, oorsprong van Gentbrugge’ en belicht in de door het Cultuurplatform Gentbrugge georganiseerde gelijknamige tentoonstelling.

 

 

Bouwhistorisch onderzoek

Uit het groot aantal waargenomen bouwsporen en -naden werden veertien bouwfasen gedetecteerd. Het bouwhistorisch onderzoek van Ars Horti wees op het belang van de relicten, plaatste ze in hun context, en documenteerde ze voldoende om ze naar waarde schatten. Zij bepalen de monumentale waarde en laten toe om de ontwikkeling en het 720-jarig gebruik chronologisch te verhalen. Aanvullend kleuronderzoek op het fragmentaire stucwerk geeft inzicht in de historische afwerklagen van gevels en interieur. Vacuüm verpakte houtstalen van funderingspalen blijven bewaard voor verder dendrochronologisch onderzoek. Deze artefacten spelen een cruciale, narratieve rol in het aantonen en begrijpen van de bouwgeschiedenis van veertien ingrijpende bouwfasen.

 

 

Parkrestauratie

Het park is een levend systeem dat zich niet in een rigide design of strikt beheer liet dwingen. Op basis van uitvoerig historisch onderzoek door Ars Horti en beperkt archeologisch onderzoek door de stadsarcheologen van Gent concipieerde Ars Horti een restauratieprogramma voor bescherming en behoud van de historische domeinstructuur. Het conservatiebeleid voor het park stoelde op een geschikte dosering van restauratie, renovatie en natuur-technische maatregelen. Het plan bleef daarbij vooral trouw aan het laat-landschappelijk aanlegconcept van 1905-1912 opgebouwd rond een aquatische scenografie. Minimale ingrepen en eigentijdse details roepen het oorspronkelijk idee en zijn latere evolutiefasen suggestief terug tot leven. Recente minder duurzame ingrepen werden verwijderd. Om de rijkdom van de biotoop en het areaal aan fauna nog te vergroten, wordt traditioneel beheer voor het negentiende-eeuwse parkdeel rond het kasteel en natuurvriendelijk ontwikkelingsbeheer nagestreefd. Het verwijderen van de strooisellaag heeft spontaan de vestiging van een plaatsgebonden inheemse kruidlaag als gevolg. Dunningskap en het ruimen van het slib stimuleert de spontane ontwikkeling van hennepnetel, gele lis, zwanenbloem en watermunt op de oevers en waterpest en sterrenkroos in de vijver. Speciale aandacht wordt besteed aan de verbreiding van oud-bosplanten als salomonszegel, bosanemoon en dalkruid en ook de ontwikkeling van stinsen. Meerjarige ruigten worden door extensief maaibeheer in stand gehouden als nest- en voedselplaats voor insecten, knaagdieren en foerageergelegenheden voor watervogels. Deze maatregelen vergroten op middellange termijn de natuurwaarden en de natuurbeleving die tot het alledaagse vermaak op landgoederen behoren, versterken.