FLINKE FACELIFT MAAKT FASCINERENDE TUINWANDELING MOGELIJK IN EEN PUUR VLAAMS LANDSCHAP.

Een voormalig boerenhof gelegen in het vruchtbare ‘Land van Meise-Asse’ ruimde plaats voor een woning naar een concept van architect Christine Conix. De exotische, gebiedsvreemde aanplantingen van weleer  maakten plaats voor een tuin die vandaag opgaat in het idyllisch landschap. 

De tuin beslaat 1,2 ha van een rivierstuifwal vlakbij de monding van de Moorselbeek in het dal van de Molenbeek. Deze beken omzomen een heuvel met een erg aantrekkelijke mozaïek van voornamelijk landbouw en bos. De afwisseling van bossen, kouters en valleien typeert dit traditioneel beheerd cultuurlandschap. Een flinke facelift was nodig om dit halfopen landschap in de tuin te integreren. 
Ars horti vertaalde de wensen van de opdrachtgever naar een aangenaam, eigentijds leefcomfort. Duurzame landschaps- en milieuzorg kreeg daarbij de prioriteit. 

Kleinschalig landschapsherstel
De tuinsite begrenst het colluvium waarop de historische kouter werd uitgebouwd en waar eeuwen lang aan akkerbouw werd gedaan. Na de ontbossing in de vroege middeleeuwen maakte Oppem plaats voor akkerbouw en cultuurgrasland. Vóór de verkaveling tot woonzone maakte het westelijk perceel deel uit van de kouter terwijl het lagergelegen oostelijk deel van de tuin met kwelzone zich situeerde in het overgangsgebied naar vallei waar in de zomer de koeien graasden. 


Grote, weinig begrensde percelen karakteriseren momenteel het agrarisch landschap. De indeling bleef stabiel en het perceel is op historische kaarten steevast ingetekend als akker. Daarom werd het perceel op de patio na, niet gecompartimenteerd. Verjonging van de karakteristieke boomgaard bij de woning past in de visie van kleinschalig landschapsherstel. 
Monumentale populieren in de tuin getuigen van de landschappelijke traditie van het coulisselandschap.

De golvende leembodem en winterse kwelbronnen benadrukken de overgang naar de vallei. Het verschil in vochtigheid en voedselrijkdom duidt op de overgang van het colluvium naar de beekalluvia. Dat verklaart de aanwezige boomsoorten in het grasland. Monumentale Canadese populieren (Populus × canadensis) gedijen samen met geknotte kraakwilg (Salix fragilis) op lager gelegen valleigrasland. In de sleedoornmantel migreerden grondgebonden soorten als hazelaar, vlier en op nattere plaatsen zomereik en es. Het ontwerp van zorgt ervoor dat dit transparante struweel het uitzicht op de omgevingshorizon geleidt en dat het een aanpalende tuin en enkele storende uitzichten maskeert. Het struweel vormt nieuwe uitlopers van een klein, waardevol bos.